De Ware Kijk op ... Deel I

het land van Bethune en Frisia



Gebonden, 1984, 496 bladzijden

Historische teksten

De Ware Kijk Op … werd gepubliceerd in 1984. Albert Delahaye ging in dit deel volledig verder werken met de originele teksten met geografisch mededelingen van die tijd. Alle teksten werden minutieus besproken. Teksten van Ceasar, Strabo, Vigilius Mela, Plinius, Ptolemeus, Cassius, Julius Capitolinus , Tacitus en vele anderen.

Bataven, Nijmegen versus Noyon en Frisia

Het eerste hoofdstuk vertelt opnieuw de “Germania van Tacitus” maar nu in de juiste context. Het tweede hoofdstuk noemt alle Romeinse bronnen aangaande de kwestie. Het derde hoofdstuk behandelt de Opstand van de Bataven. Hoofdstuk 4 gaat volledig over de documentatie van Noyon. Het vijfde hoofdstuk pakt alle plaatsnamen van de Batua en Taxandria aan en plaatst ze vervolgens op hun geografische juiste plaats.
Het volgende hoofdstuk is een uigebreide verhandeling over de juiste historie van Nijmegen en in feite een herschrijving van de historie vanaf 1125 en de imitatie van Aken door Nijmegen. Het laatste hoofdstuk behandelt Frisia en de naamgevingen van de plaatsen. Zeer opvallend is de migratie/transplantatie van plaatsnamen (vanaf de 11e eeuw) van Noord Frankrijk naar Friesland en Groningen. De volgende conclusie is dan ook dat Friesland het tweede Frisia is, een plaatsnaamkundige imitatie van de eerste. Ná de transgressie van Duinkerken (nederland was bijna 900 jaar waddengebied) vestigden zich nieuwe bewoners. In de teksten wordt in 1020 gesproken over Friese kolonisten. Deze kwamen van het oude Frisia (Noord-Frankrijk en Vlaanderen) naar het nieuwe om daar land te winnen en te gaan wonen. Zij brachten vanzelfsprekend ook de plaatsnamen mee naar het nieuwe Frisia.

Rijks Oudheidkundigbodem Onderzoek blundert….

Het ROB (Rijks Oudheidkundig Bodemonderzoek) krijgt in het laatste hoofdstukje nog een behoorlijke veeg uit de pan vanwege het in Dokkum gevonden bewijs van een Wijwaterput van Bonifatius. Een put van de 14e eeuw werd 6 eeuwen terug gezet en als enige put op aarde gebombardeerd als wijwaterput.

Frustatie samengevat in 4 brieven

Het boek eindigt met brieven op poten aan de minister, de Tweede kamer, de Aartsbisschop van Utrecht en de gemeenteraad van Nijmegen. Deze brieven geven weer dat Albert Delahaye, gefrustreerd over de gang van zaken rondom de mythe van de historie van Nederland in het eerste millenium, zijn (on)heil zocht bij de instanties. Het was een uiterste noodsprong van hem om de juiste historie van Nederland te redden voor het nageslacht.
Hij heeft het niet meer mogen meemaken en overleed vlak voor het verschijnen van deel II.